Beëindigen van een arbeidscontract

Een dienstverband kan op verschillende manieren worden beëindigd:

  • Met wederzijds goedvinden: Zowel een tijdelijk als een vast contract kunnen door de werknemer en werkgever gezamenlijk worden beëindigd.
  • Van rechtswege: Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege als de afgesproken periode voorbij is.
  • Door opzegging via het CWI: Een werkgever kan een arbeidsovereenkomst niet zomaar opzeggen, als de werknemer daar niet mee akkoord gaat. Daarvoor moet hij toestemming hebben van de Centrale Organisatie Werk & Inkomen (CWI).
  • Door ontbinding via de Kantonrechter: De rechter kan een arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever ontbinden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat uw werkgever door financiële problemen in het bedrijf uw salaris niet meer kan betalen en zich genoodzaakt voelt u te ontslaan. Als de rechter een arbeidsovereenkomst ontbindt, kent hij vaak een schadevergoeding toe.
  • Op staande voet: Ontslag op staande voet is een uiterste noodmaatregel. Dit kan de werkgever alleen doen, als het niet reëel is het dienstverband voort te laten duren. Ontslag op staande voet moet aan een aantal voorwaarden voldoen, wil het geldig zijn.

Wanneer sprake is van ontslag heeft de werknemer vaak recht op een ontslagvergoeding, ook wel gouden handdruk genoemd. Een gouden handdruk is een financiële compensatie voor toekomstig inkomstenverlies en risico (bijvoorbeeld een proeftijd voor een nieuwe baan). Soms is de hoogte van de ontslagvergoeding afgesproken in een sociaal plan. Wanneer een werknemer van mening is dat deze vergoeding lager is dan wat hij/zij zou krijgen als de kantonrechtersformule zou worden toegepast, kan de werknemer de kantonrechter vragen een hogere gouden handdruk toe te kennen.
De methode van de kantonrechtersformule heet ook wel de "ABC-formule". De lengte van het dienstverband, de leeftijd en de persoonlijke omstandigheden spelen hierbij een rol. In geval van ontslag bij een 65-plusser hanteert de kantonrecher doorgaans andere regels dan bij 65-minners, omdat 65-plussers al over een basisinkomen beschikken en minder aangewezen zijn op inkomen uit arbeid.

Meer informatie over de Kantonrechtersformule vindt u hier